Repost: 08/11/2010: Blog n.a.v. Open Tafel Praktijk Gericht Opleiden

Oorspronkelijke publicatie 8 november 2010
Blog naar aanleiding van Open Tafel Praktijk Gericht OpleidenHoe we bouwen aan opleiden (1)

We nemen een pen, papier en bouwen een huisje:
Stel je voor: je komt met een aantal gezaghebbende mensen bij elkaar en besluit dat je samen een huis wilt bouwen. Je hebt een hele goede architect een prachtig huisje laten tekenen en je bent het er allemaal over eens; sámen gaan we hier een mooi kasteeltje van maken. Aldus geschiedde…
Althans, dat dáchten we…


De tekening

In de huidige vorm van opleiden, is het op het hoogste niveau in Nederland best goed geregeld. Daar zorgen de Hogere Hotelscholen voor de leerlingen/studenten en daar waar de praktijk van HHS en MHS niet toereikend is, hebben de topzaken zelf al gezorgd voor adequate opleidingsvormen, zoals bv de Cas Spijkers Academie voor topkoks.

In het lagere en midden segment van de horeca, zeg maar even van (eet)café tot beter restaurant, worden de opleidingen hoofdzakelijk verzorgt door de ROC’s. Hier schrijven de studenten zich in en kan men in principe kiezen uit 2 stromen, te weten BOL en BBL. (ik zal jullie niet vermoeien met WEB, BPV en POK’s, meer info vind je hier: http://bit.ly/byVQg8 )
Bij BOL (beroeps opleidende leerweg) gaat een leerling 4 dagen naar school en heeft 1 dag voor praktijk in een leerbedrijf. Bij BBL (beroeps begeleidende leerweg) heeft de leerling 4 dagen praktijk in een leerbedrijf en 1 dag op school. BOL heeft studiefinanciering, bij BBL moet men werken voor de kost.
De praktijk voor de meeste leerlingen vindt plaats in leerbedrijven onder begeleiding van leermeesters. In de praktijk en op de vloer leren de leerlingen het hele vak, een betere match met de praktijk is er niet.
Zou je denken…

En toe gingen we bouwen
Met z’n allen namen we de tekening en ieder voor zich begon enthousiast het huis op te bouwen. De één ging vast bezig met het dak, de ander met een voordeur , wéér een ander had een prachtige serre in gedachten en een vierde was alvast begonnen met een zijmuur…

De BBL-leerling heeft 1 dag op school voor theorie. Echter wettelijk verplichte vakken zoals Nederlands, Engels, Economie, Wiskunde horen daar ook bij. Van de hele dag naar school blijven maximaal 1,5 à 2 uur over voor horeca-theorie. De eigenlijke échte vakkennis moet de leerling dus opdoen in de praktijk. Bij de leerbedrijven. Door de leermeesters.

Zo’n leermeester, dat kan je al worden met het serveren van een kopje koffie. Het diploma houdt niets meer en minder in, dan dat je vaardig bent om je kennis op een juiste manier over te dragen aan een leerling. Welke kennis, daar wordt je niet op getoetst. Zou ook niet hoeven, want de horeca heeft in theorie vakmensen genoeg, alleen die kennis moet natuurlijk wel op een goede manier worden overgezet naar de leerling. En al die leermeesters (met én zonder vakkennis) leiden nu onze leerlingen op. In de praktijk. De praktijk waar een leerling eigenlijk een best goedkope kracht is, maar als je er eentje wil hebben, dan moet je wel leermeester zijn.

Dus de leerlingen lopen van het ene goede leerbedrijf naar het andere slechte. Bij de één worden ze heel goed bijgespijkerd over mise-en-place, bij de ander mogen ze frietjes bakken en koken uit een pakje. Een derde leert ze goed poleren en de vierde vindt het, met een beetje mazzel, ook nog belangrijk dat er iets van intermenselijke vaardigheden bijgeleerd wordt.

Goede kwaliteitsborging

Natuurlijk hebben we een aannemer, opzichter, bouwcontroleur van de gemeente, architect zelf, allemaal aan het werk om de bouw tot in de puntjes te begeleiden.

Voor de horeca hebben we een praktijkboek met competenties (!), waaraan de leerling volgens de praktijkbegeleider moet voldoen. Inderdaad, ik hoor iets van een slager en zijn eigen vlees. Dus als de leerling volgens de praktijkbegeleider voldoende heeft geleerd, is de leerling geslaagd. Voor de ROC’s is er de taak om in de gaten te houden dat de leerling aan genoeg competenties voldoet. Daar zit een begeleider, welke vanuit de opleiding de leerling begeleidt en ondersteunt. Dat klinkt persoonlijker dan het is, want meestal heeft deze begeleider de leerling amper gesproken of gezien.

En dus bouwden we samen een prachtige bouwval

Hoe goed en mooi sommigen ook bouwden aan het huis, doordat er geen goede basis was, geen fundering en skelet, was het prachtige kasteeltje al snel niet meer dan een hopeloze ruïne. Een bouwval, ingestort nog voor het bewoonbaar is verklaard.

De ondernemers die de leerlingen enkel en alleen als goedkope arbeidskrachten hebben aangenomen, zullen weinig investeren en altijd een voldoende geven. Scholen hebben er voordeel bij, zoveel mogelijk leerlingen te laten slagen.
Zo hebben we in het veld dus een onzichtbaar blik vol slechte praktijkbegeleiders die competenties als voldoende afvinken en ROC’s die geslaagd belangrijker vinden dan vakvaardig.. Met veel slechte begeleiders hebben we samen dus perfect geslaagde (slechte) vakmensen gecreëerd.

Papier is geduldig
(wordt vervolgt…)

Deel 2 volgt hierna