De tering naar de nering mogen zetten: achterhaalde wetgeving

De tering naar de nering mogen zetten: achterhaalde wetgeving

Er was een tijd dat je beter bier kon drinken dan water: laatstgenoemde was toen namelijk een bron van ziektekiemen. Maar de hygiëne verbeterde, men kreeg inzicht in hoe je nu eigenlijk ziek wordt, maar ook de genezing ervan en dat veranderde het bewustzijn. Water werd schoner en er werd anders naar drank en alcohol gekeken. Wetten uit die tijd gelden echter nu nog steeds en verdienen ook een nieuwe blik.

Halverwege de negentiende eeuw werd sterke drank ineens betaalbaar en daardoor breder toegankelijk. Dat was in de tijd dat werkgevers in dranklokalen de loonzakjes aan hun werknemers uitdeelden. Met als direct gevolg dat het grootste deel van het verdiende loon daar werd opgezopen. Ook handelaren speelden handig in op de vaak zwaar benevelde arbeider en klopten hem zijn laatste centen uit het loonzakje.

De eerste drankwetten, die in 1881 en 1904 werden ingevoerd en in 1934 werden aangescherpt, moesten burgers en dus ook de arbeiders, beschermen tegen de verleidingen van drank. In deze jaren ontstond ook het verbod op andere winkelnering. Als je alcohol verkoopt, mag je daarnaast nog wel etenswaren of slaapplaatsen verkopen, maar geen andere handelswaren. Nu zijn we bijna een eeuw verder. Werkgevers storten salarissen op bankrekeningen en horecaondernemers en hun medewerkers volgen cursussen over sociale hygiëne. De wet- en regelgeving is uitgebreid om horecabezoekers te beschermen tegen overmatig alcoholgebruik en de horecabranche gaat er prat op dat zij staat voor verantwoord alcohol schenken.

Grenzen vervagen. Retailconcepten bewegen zich in de richting van de horeca. Tegelijkertijd zie je binnen horecaland twee kampen ontstaan. De ene groep ziet de retail als verrijking van zijn eigen concepten, de andere duikt weg achter het muurtje van: het mag niet, alcohol en andere handel. Deze groep vraagt om ingrijpen van de overheid tegen retail die te ver opschuift naar de gastvrijheidsbranche. Koninklijke Horeca Nederland lijkt mee te gaan met de eerste groep. Ook ik denk dat de wetgeving op dit gebied zwaar achterhaald is. Dat ondernemers in de retail én horeca de vrijheid en mogelijkheid moeten krijgen om verantwoord een eigen onderneming te voeren, met alle creativiteit die in huis is. Ik pleit dus voor het direct afscha­ffen van het verbod op andere winkelnering.

Ik zie mooie concepten zoals Books&Bubbels in Amsterdam, bedreigd worden door verouderde regelgeving terwijl je in buitenlandse steden prachtige horecaconcepten ziet waar gastvrijheid en retail hand in hand gaan. Onze mooie branche heeft het op dit moment al heel zwaar. Laten we dus de tering naar de nering zetten en ruimte maken voor meer creativiteit, handelsgeest en écht ondernemen.

Deze column verscheen eerder in Entree Magazine en online op Entree