Algemene politieke beschouwing..

RBF
Langzaam maar zeker naderen de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2014. Je merkt het lokaal al aan de verschillende partijen. Bijzondere proefballonnen, geforceerde pogingen om aandacht te trekken, opmerkelijke interesses van potentiële kandidaten, overduidelijk gespeelde vormen van verontwaardiging over onderwerpen waar men zelf ooit aan de basis stond maar die nu controversieel lijken, wie goed kijkt ziet de eerste tekenen van de aanstaande strijd zich openbaren. Een oude strijd, maar zou die ook een nieuwe uitkomst kunnen hebben?

Rekenschap
Wie zich een beetje interesseert voor politiek, zal de komende tijd vooruit blikken en terugkijken. Wat staat er in de programma’s, wat stond er in en wat heeft men klaargespeeld. Tijd voor rekenschap zou je zeggen. Althans, “vroeger” in een tijd waarin het politieke mandaat inderdaad nog voor 4 jaar stond en het overgrote deel van de kiezers zich alleen rond verkiezingstijd met politiek bemoeide. Maar de tijden zijn veranderd.

Op schoot
De kiezer zit door alle media, oud en interactief (social) tegenwoordig zo’n beetje bij de politicus op schoot, ook lokaal. Diezelfde kiezer accepteert een oude invulling van het fenomeen mandaat al lang niet meer. Goede politici begrijpen dat en houden continu voeling met hun achterban. Weliswaar geldt nog steeds het zonder last en ruggespraak, maar dat verhindert natuurlijk niet dat er goed geluisterd kan worden.

Tempo
Wat ook anders is, is de snelheid van veranderingen. De economische situatie in combinatie met ons vermogen tot veel sneller en directer met elkaar communiceren en delen, heeft voor een versnelling in veranderingen gezorgd. Maar de politiek schakelt nog om met een snelheid van 5 jaar, 10 jaar, 25 jaar terug. Onveranderd traag zou je bijna zeggen. Op zich niets mis mee, je niet laten leiden door de waan van de dag en zorgen voor zekere, stabiele waarden. Alleen de veranderingen in een periode van 4 jaar gaan zó snel, dat men politiek beslissingen dreigt te nemen op basis van achterhaalde informatie en zodra deze worden uitgevoerd zijn ze soms al helemaal niet meer van toepassing. Als voorbeeld: In Utrecht wordt overlegd over horeca-beleid voor hotels, voor de periode van 2014 tot 2018 en mogelijk verder, met als eerste insteek cijfers uit 2008-2009. Inmiddels worden er nieuwe onderzoeken gedaan, want betrokkenen begrepen heel goed dat hierop geen beleid gemaakt kon worden. Ergens moet dus de snelheid van besluitvorming en het maken en uitvoeren van beleid, aangepast worden op het huidige tempo van veranderingen., tegelijk zónder aan zorgvuldigheid in te boeten. Dat vraagt andere vormen van besluiten, lijkt me. Waar nu de politiek de neiging heeft alles tot in detail te regelen en in beton te gieten, moeten we mogelijk naar een meer faciliterende rol, flexibeler en minder vastleggend.

Vastleggen
Dat werpt ook een vraag op over de huidige coalitie-vorming. Coalities op lokaal niveau hebben ook de neiging bij de start van een periode van 4 jaar, een coalitie-akkoord te sluiten waarin hun beleid voor de komende 4 jaar helemaal vastgelegd wordt. Maar hoe realistisch is dat nog, in deze tijd van snelle veranderingen? Natuurlijk is het veilig om je even een paar weken in te graven en dan klaar te zijn voor de komende tijd, te weten wat je hebt binnengehaald. Dat is erg lekker voor jezelf en naar je achterban, maar hoe verantwoord is dat naar de maatschappij?

Zou een akkoord mogelijk zijn, waarin niet alles tot in detail wordt vastgelegd, maar waarin partijen als in een goed huwelijk elkaar de ruimte laten zonder alles dicht te timmeren? Verkiezingsprogramma’s als leidraad, actualiteit als input, besluiten met visie, in het hier en het nu. Niet omdat we dat in detail al 3 jaar geleden zo hebben geregeld, maar omdat met de kennis van nu en recht doend aan de besproken verhoudingen, beslissingen het meest verantwoord zijn. Een akkoord dus dat faciliterend is voor te vormen beleid, flexibel. Tegelijk vraagt dat politici die daarmee om kunnen gaan. Die kunnen gunnen en durven te laten aan een ander, in het vertrouwen dat de balans vanzelf terug komt. Kiezers lijken er behoefte aan te hebben en uit diezelfde kiezers komen de politici van morgen.

Gunnen en gegund krijgen, geen direct quid pro quo, maar asynchrone wederkerigheid, het wordt (weer) een steeds groter goed in onze veranderende wereld. Zal de politiek ooit op dat niveau komen of ben ik dan hopeloos naïef?