Alcoholwet: Horeca moet staan voor eigen verantwoordelijkheid.

Alcoholwet: Horeca moet staan voor eigen verantwoordelijkheid.

De voorzitter van KHN afdeling Friesland, Corne van ’t Erve, haalde afgelopen week de media met “een pleidooi voor het terugdraaien van de leeftijdsgrens op alcohol”. Natuurlijk werd zijn oproep behoorlijk uit het verband getrokken, want wat hoe hij werkelijk werd aangehaald in het artikel was behoorlijk genuanceerder. Van ’t Erve stelde in Metronieuws o.a. : “De nieuwe alcoholwet is hier onmogelijk te handhaven. Hoe moet je dat controleren als papa en mama een biertje kopen en het op straat aan hun minderjarige kind geven?” ”Als een wet niet te handhaven valt, moet er over gepraat worden.” Uitstekende opmerkingen die recht doen aan de problematiek waar veel ondernemers zich mee geconfronteerd zien.

Echter hij stelt als laatste ook: “We zijn voor de verhoogde leeftijdsgrens, maar als er geen oplossing is, dan moet je de wet afschaffen.” Daar vliegt Van ’t Erve in mijn ogen uit de bocht. De verhoging van de leeftijdsgrens heeft een bijzonder belangrijke functie. Het gaat om de gezondheid van onze kinderen. Alcohol, zeker op die leeftijd, is gewoonweg slecht voor de ontwikkeling van de hersenen. Juist een organisatie als KHN, die prat zegt te gaan op verantwoorde alcoholverstrekking, moet beseffen wat het belang is van deze wetgeving. Iedereen, vooral de horecabranche maar ook lokale bestuurders en politici, beseft dat deze verschuiving van de leeftijdsgrens een proces is dat niet van vandaag op morgen is ingevoerd. Zelfs niet van dit jaar op volgend jaar. Invoering van deze wet is een proces van langere tijd, welke een verandering vergt in normen bij kinderen, jongeren en ouders.

Na amper een half jaar, met lokale overheden die er zelfs nu nog niet klaar voor zijn, al pleiten voor afschaffen van deze wetgeving is niet alleen onzorgvuldig in mijn ogen, het doet ook afbreuk aan de naam die je als branchevereniging op wilt bouwen als het gaat om verantwoorde alcoholverstrekking. Als je werkelijk het belang van de wet onderschrijft, dien je van hieruit te redeneren en de overheid op te roepen meer energie te steken in waar het fout gaat. Nu al pleiten voor afschaffen is opportunistisch en gemakzuchtig. Je wekt meer dan alleen de schijn, dat de wet je eigenlijk niet uitkomt.

Ouders die drank halen voor kinderen op evenementen, is en mag geen probleem zijn van de horeca-ondernemer. Dáár moet KHN voor op de bres. Handhaafbaarheid is een eigenschap welke de wetgever dient te waarborgen. Ook dát dient KHN met de wetgever af te kaarten. Terecht zegt Van ’t Erve: ”Als een wet niet te handhaven valt, moet er over gepraat worden.” Horeca-ondernemers mogen niet opgezadeld worden met oncontroleerbare regels. Maar wat zich buiten het metier van de ondernemer afspeelt, is een maatschappelijk vraagstuk. Dat help je met goede voorlichting en staan voor verantwoorde verstrekking. Niet met roepen om dan maar weer afschaffen van een wet.